Rechtsgebieden van Mr. Karel

Arbeidsrecht
Mr. Karel adviseert in alle voorkomende arbeidsrechtelijke geschillen.

Daarbij moet ondermeer worden gedacht aan het adviseren, verlenen of het verweer tegen ontslag op staande voet. In veel gevallen zal het gaan om de formele en inhoudelijke aspecten die betrekking hebben op een dergelijk ontslag.

Daarnaast wordt geadviseerd over alle andere gevallen die betrekking hebben op opzegging, beëindiging en/of ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Veel voorkomende vragen hebben betrekking op het recht dan wel de verplichting tot doorbetaling van loon en/of salaris. Vragen als: moet salaris worden doorbetaald tijdens non-actiefstelling? Heeft de werknemer het recht op volledige doorbetaling van salaris tijdens ziekte?

Andere twistpunten zijn gelegen in verschillen van mening over het al of niet ziek zijn van de werknemer, het standpunt dat de bedrijfsarts inneemt en de mogelijkheden om een deskundigenoordeel te vragen bij het UWV over arbeidsongeschiktheid. Het is zowel voor werkgever als werknemer van belang dat hij/zij een goede kennis draagt van de rechten en verplichtingen tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid.

Aan ontslag of beëindiging van de arbeidsovereenkomst gaat vaak een conflict vooraf. In die fase moeten vaak vragen worden beantwoord over het al of niet teruggeven van de ter beschikking gestelde auto, telefoon of andere bedrijfseigendommen. Vaak gaan de vragen over hoelang een periode van non-actiefstelling/schorsing/vrijstelling van werkzaamheden mag duren en wat er moet gebeuren zodra die periode is verstreken.

Het komt voor dat tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst de werkgever het noodzakelijk acht om een wijziging aan te brengen in de arbeidsvoorwaarden van de werknemer. Als de arbeidsovereenkomst daarover geen direct uitsluitsel geeft, zal moeten worden bezien in hoeverre de werkgever tot wijziging mag overgaan en werknemer op zijn/haar beurt al of niet verplicht is om medewerking te verlenen aan die wijziging. De wijzigingen kunnen ondermeer zijn gelegen in:
  • functie;
  • locatie van waaruit gewerkt moet worden;
  • salaris.

In veel arbeidsovereenkomsten zijn relatie- en concurrentiebedingen opgenomen. Van belang is te onderkennen of partijen aan deze bedingen zijn gebonden en of deze bedingen rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.

In de rechtspraak zijn een aantal criteria ontwikkeld aan de hand waarvan geoordeeld wordt of een concurrentiebeding gehandhaafd dient te blijven of gematigd moet worden. Het is verstandig om op voorhand te laten beoordelen vooraleer een mogelijk conflict ontstaat of een overeengekomen relatie- of concurrentiebeding gelding heeft. Matiging van die bedingen kan worden verzocht in verband met de overeengekomen tijdsduur (geldingsduur), het geldingsgebied en de werkingssfeer.

Als de werkgever of werknemer de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen dan dienen de opzegtermijnen in acht te worden genomen, zoals vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Als er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is, of indien partijen daarover geen regeling hebben getroffen, dan geeft de wet aan wat de opzegtermijn voor werkgever en werknemer is. Indien de opzegtermijn niet in acht wordt genomen levert dat een onregelmatig ontslag op. Werkgever en/werknemer worden dan geconfronteerd met de gevolgen die een onregelmatige opzegging heeft. Zowel werkgever als werknemer kunnen bij de rechter een verzoek indienen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. In veel gevallen zal het zo zijn dat de werkgever een dergelijk verzoek indient. In dat verzoek moeten dan de redenen worden vermeld op basis waarvan de ontbinding gevraagd wordt. Indien een werkgever een dergelijk verzoek bij de bevoegde rechter indient kan dat betekenen dat de werknemer aanspraak kan maken op beëindigingvergoeding. Die beëindigingvergoeding wordt over het algemeen vastgesteld aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Het is van belang om van te voren advies in te winnen of gekozen wordt voor een ontbindingsprocedure of verzoeken om toestemming voor het verlenen van een ontslagvergunning bij het UWV Werkbedrijf.

Huurrecht
Mr. Karel adviseert en procedeert verder in huurgeschillen.

Huurgeschillen kunnen betrekking hebben op de huur van bedrijfsruimten en/of woonruimten als het gaat om de verhuur van onroerende zaken.

Zowel de verhuurder als huurder hebben rechten en verplichtingen. Die rechten en verplichtingen kunnen zijn geregeld in de huurovereenkomst, maar worden ook bepaald door wat in de wet wordt voorgeschreven. Van een aantal wettelijke bepalingen mag niet worden afgeweken.

Veel conflicten hebben betrekking op opzegging van huur, het beëindigen en/of het ontbinden van huurovereenkomsten. In vrijwel alle gevallen gaat het dan om de vraag of de verhuurder voldoende reden heeft om de huurovereenkomst te beëindigen of te ontbinden. In de meeste gevallen schrijft de wet voor op welke wijze tot een beëindiging kan worden gekomen en wat de redenen daarvoor zijn.

Er kunnen zich vragen voordoen die betrekking hebben op huurbescherming of ontruimingsbescherming. Zowel voor de verhuurder als huurder is van belang om te weten onder welke omstandigheden hij/zij een beroep op die bescherming kan doen.

Het kan zijn dat blijkt dat aan de verhuurde zaak gebreken kleven. Als gevolg van een dergelijk gebrek kan de situatie ontstaan dat aan de huurder geen of verminderd huurgenot wordt verschaft. Op verlangen van de huurder is de verhuurder verplicht om die gebreken te verhelpen. Daarbij moet worden bedacht dat die verplichting tot herstel niet geldt voor kleine herstellingen, waarvoor de huurder zelf aansprakelijk is. Het gebrek kan leiden tot huurprijsvermindering, omdat er slechts een beperkt huurgenot is verstrekt. Niet alleen kan worden gevraagd om huurvermindering, maar ook om schadevergoeding indien het gebrek aan de verhuurder kan worden toegerekend. De navolgende vragen dienen in die situatie te worden beantwoord:
  • Mogen de huurbetalingen worden opgeschort?
  • Rechtvaardigt het gebrek een verzoek om ontbinding van de huurovereenkomst?
  • Wat is de omvang van de schadevergoeding die geëist kan worden?

De huurder op zijn beurt is verplicht om de huur op de overeengekomen wijze en tijdstippen te betalen. De huurder dient zich als goed huurder van de gehuurde zaak te gedragen. Op de huurder rust een zorgverplichting. Die zorgverplichting strekt zich niet alleen tot de gehuurde zaak zelf, maar ook jegens de omgeving. De huurder mag bijvoorbeeld geen overlast veroorzaken.

Verder is de huurder verplicht om de gehuurde zaak te gebruiken conform de bestemming. In beginsel is het de huurder niet toegestaan om het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen. Dat mag de huurder alleen na schriftelijk toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat om veranderingen die bij het einde van de huur eenvoudig ongedaan kunnen worden gemaakt of worden verwijderd. De huurder dient zich dus te wenden tot de verhuurder en de verhuurder is verplicht om binnen acht weken te laten weten of hij/zij wel of niet akkoord gaat met de wijziging.

De verhuurder kan de voorgestelde veranderingen niet altijd tegenhouden. De wet biedt de mogelijkheid aan de huurder om in dat geval de rechter in te schakelen. Er kunnen vragen rijzen met betrekking tot het zogenaamde wegbreekrecht en de vergoeding die aan de huurder toekomt nadat het gehuurde door de huurder is gewijzigd. Voorts kunnen er vragen rijzen indien er dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden verricht en/of indien er zelfs wordt overgegaan tot renovatie. Welke rechten en verplichtingen heeft de huurder in zo'n geval ten aanzien van verhuurder en omgekeerd.

Het incasseren van geldvorderingen

Bij het incasseren van geldvorderingen moet een onderscheid worden gemaakt tussen het incassotraject en de daarop volgende gerechtelijke procedures, voorzover er tijdens het incassoproject geen betaling heeft plaatsgehad.

In het incassotraject wordt getracht om zonder procedure alsnog betaling te verkrijgen van de openstaande facturen. Vindt er geen betaling plaats binnen de gestelde sommatietermijnen, dan wordt overgegaan tot het voeren van gerechtelijke procedures. Het beleid van het kantoor is erop gericht dat procedures direct worden opgestart indien blijkt dat na sommatie door de debiteur niet wordt betaald en er geen regeling kan worden getroffen. Alvorens de gerechtelijke procedure wordt opgestart, wordt altijd overleg gevoerd met de cliënt(e). De cliënt(e) wordt direct op de hoogte gesteld van de reacties van de debiteur, met hem wordt besproken of er al of geen regeling wordt getroffen met de debiteur of dat er geprocedeerd wordt. Door het in handen te geven van de incasso aan een advocaat blijft alles in één hand en kunnen ook alle procedures worden gevoerd.

In het kader van de te voeren gerechtelijke procedure bij niet betaling kan het van belang zijn om beslagmaatregelen te treffen tegen de debiteur. Aan de Voorzieningenrechter moet in die gevallen gevraagd worden om toestemming voor het treffen van bewarend beslag. Deze beslagmaatregelen kunnen betrekking hebben op eigendommen van de debiteur, zoals onroerende zaken, maar ook op banktegoeden of onder opdrachtgevers van de debiteur. Deze opsomming is niet uitputtend. De gelegde beslagmaatregelen dienen er toe om zekerheid voor verhaal te hebben. mr. Karel adviseert in alle gevallen waarin het leggen van beslag wenselijk of noodzakelijk kan zijn.

Zodra het vonnis door de bevoegde rechter is gewezen kan worden overgegaan tot de executie van dat vonnis en de daadwerkelijke invordering. Mr. Karel ziet erop toe dat de gerechtsdeurwaarder wordt geïnstrueerd aan de hand van de onderzoeksgegevens die voorhanden zijn, zodat het executietraject zo goed mogelijk verloopt. Alles moet immers gericht zijn op de effectieve invordering van de openstaande bedragen en de gemaakte kosten.

Mocht blijken dat er ook in de executiefase geen betaling is verkregen, omdat er geen verhaalsobjecten zijn gevonden dan bestaat de mogelijkheid om het faillissement van debiteur aan te vragen. Er zijn ook mogelijkheden om in een eerdere fase met een faillissement te dreigen, maar dat hangt van de omstandigheden van het geval af en dat gebeurt altijd in overleg en samenspraak met cliënt(e).


Letselschade

Stel: u rijdt naar uw werk en bij de stoplichten wordt u van achteren aangereden door een andere auto. U krijgt vreselijke last van uw nek en schouders. De dokter constateert een zogenaamde whiplash. Mr. Karel kan helpen met het opeisen van een schadevergoeding van degene die de schade veroorzaakt. Die schade bestaat uit de materiele schade die u als gevolg van het ongeval lijdt, maar ook de immateriële schade wegens gederfde levensvreugde.

De schade uit letsel beperkt zich niet alleen tot verkeersongevallen, maar kan ook voortvloeien uit arbeidsongevallen, beroepsfouten e.d. Het is verstandig om in die gevallen tijdig advies in te winnen, zodat beoordeeld kan worden of er schadeaanspraken kunnen worden gemaakt en ook tegen wie die schade geclaimd moet worden.

Het is van belang dat alle gemaakte kosten zo gedetailleerd mogelijk worden bijgehouden die direct voortvloeien uit het ongeval. Het opstellen van een overzicht en het bewaren van bewijsstukken die betrekking hebben op deze kosten is van belang. De schade die geleden wordt kan ook betrekking hebben op gederfd loon of op gederfde inkomsten. Het kan ook zijn dat als gevolg van het ongeval een studie niet meer kan worden gevolgd, een beroep niet meer kan worden uitgeoefend. Dit betekent dat er een berekening moet worden gemaakt van de schade die daaruit voortvloeit. Het slachtoffer van het ongeval moet in financiële zin worden teruggebracht in de situatie waarin hij/zich zich bevond vlak voor het ongeval. Dat is het uitgangspunt voor de berekening van de volledige schade die door het ongeval wordt veroorzaakt.

mr. Karel begeleidt u en adviseert u en zonodig voert hij procedures tegen de schadeveroorzaker en/of de verzekeringsmaatschappijen.


Burengeschillen/erfdienstbaarheden

De erfdienstbaarheid is een last waarmee een onroerende zaak ten behoeve van een andere onroerende zaak is bezwaard. De last wordt gedragen door het dienende erf, het heersende erf voert de erfdienstbaarheid uit. De last ontstaat uit een verplichting om op, boven of onder één van de beide erven iets te dulden of niet te doen. De last kan ook bestaan uit een verplichting tot onderhoud van het dienende erf van de gebouwen, de werken en/of de beplantingen die zich geheel of gedeeltelijk op het dienende erf bevinden.

De erfdienstbaarheid moet zijn gevestigd in een notariële akte. Het kan zijn dat een erfdienstbaarheid ontstaat door het verloop van de tijd en dat de erfdienstbaarheid dus niet een in notariële akte is gevestigd. In die gevallen ontstaat de erfdienstbaarheid door verjaring.

Aan de erfdienstbaarheid kan de verplichting zijn gekoppeld dat de eigenaar van het heersende erf een vergoeding (lees: retributie) moet betalen. Indien dat niet in de akte van vestiging is opgenomen is de eigenaar van het heersende erf daartoe niet verplicht.

Wat precies de inhoud van de erfdienstbaarheid is en de wijze waarop de erfdienstbaarheid kan worden uitgeoefend wordt bepaald door wat er in de notariële akte wordt vermeld. Als daarover onduidelijkheid bestaat, moet worden nagegaan wat de plaatselijke gewoonte is. Voorzover de plaatselijke gewoonte geen antwoord geeft op deze vraag, wordt gekeken naar de wijze waarop de erfdienstbaarheid feitelijk is uitgeoefend.

De mogelijkheid bestaat om tot wijziging of opheffing van de erfdienstbaarheid te komen. Daarvoor moet dan wel de rechter worden ingeschakeld die op vordering van de eigenaar van het dienende erf die wijziging of opheffing kan opleggen. Dat kan in ieder geval op grond van onvoorziene omstandigheden. Dat kan ook indien de erfdienstbaarheid tenminste 20 jaar heeft bestaan en niet gewenst is dat de erfdienstbaarheid voortduurt, omdat er sprake is van strijd met het algemeen belang.

Verder kan worden verzocht om opheffing in geval uitoefening onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid.

Veel voorkomend zijn burengeschillen.

Burengeschillen doen zich op het platteland aanzienlijk vaker voor dan in de stad. Er is een tendens zichtbaar dat deze burengeschillen alsmaar toenemen.

De eigenaar van een erf mag geen hinder toebrengen aan de eigenaren van andere erven door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook, gassen of door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun bepaalt artikel 5:37 BW.

Of de eigenaar van het ene erf onrechtmatig handelt jegens één of meer eigenaren van andere erven is afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade. Het is dus zaak om eerst na te gaan of er sprake is van onrechtmatige hinder alvorens eventuele maatregelen kunnen worden getroffen.

De wet regelt dat het niet geoorloofd is om beplanting te hebben binnen een bepaalde afstand van de grenslijn. Die afstand bedraagt voor bomen 2 meter vanaf het midden van de voet van de boom en voor heesters en heggen een halve meter. Indien de gemeentelijke verordening anders bepaalt kan het zijn dat andere afstanden gelden. Dat betekent dat altijd moet worden nagegaan wat de gemeentelijke verordening voorschrijft.

Van belang is verder dat de buren zich niet kunnen verzetten tegen de aanwezigheid van bomen, heesters en heggen die niet hoger reiken dan de scheidsmuur.

Indien er sprake is van overhangende beplanting of doorschietende wortels, dan kan de eigenaar die hiervan last ondervindt eigenmachtig de overhangende beplanting wegsnoeien, maar wel nadat hij/zij de andere eigenaar heeft aangemaand om de beplanting en/of de wortels te verwijderen.

De eigenaar van een erf is bevoegd om dat erf af te sluiten. Verder kan de eigenaar van een erf eisen van de eigenaar van het aangrenzende erf dat deze meewerkt om op de grens van de erven een scheidsmuur van twee meter hoog op te richten. Ook hier geldt weer dat nagegaan moet worden of de plaatselijke verordening iets anders voorschrijft. Bovendien geldt het vorenstaande niet indien een erfafscheiding wordt geplaatst langs de grenslijn.

Indien de loop van de grens tussen twee erven onzeker is kan ieder van de eigenaren altijd vorderen dat de rechter de grens bepaalt. Dat betekent dus dat in die gevallen een procedure moet worden gevoerd waarin aan de rechter gevraagd wordt om die grens te bepalen. De rechter is verplicht om op vordering van de eigenaar daartoe over te gaan. In merendeel van de gevallen vormen de geregistreerde gegevens bij het kadaster het uitgangspunt.

Van belang is echter dat hetgeen in het kadaster beschreven wordt niet bepalend hoeft te zijn van de werkelijke juridische toestand is. In afwijking van hetgeen in het kadaster wordt beschreven heeft de eigenaar van het erf altijd het recht om aan te tonen dat hij een beter recht heeft dan in het kadaster beschreven wordt. In het algemeen geldt in veel gevallen dat die eigenaar die zich op een beter recht beroept dit zal hebben te bewijzen en dat de eigenaar tegen wie de vordering zich richt kan verwijzen naar hetgeen in het kadaster staat omschreven.

Het is niet geoorloofd om binnen twee meter van de grenslijn van het erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover die vensters en muuropeningen, balkons of andere werken uitzicht geven op het erf van de buurman. Het kan in gegeven omstandigheden van belang zijn hoelang de situatie zich al voordoet waarin vensters, balkons en/of andere muuropeningen in strijd met deze bepalingen aanwezig zijn. Daarbij moet steeds in de gaten worden gehouden dat de eigenaar van het andere erf, die dus wordt geconfronteerd met vensters en/of balkons en/of andere muuropeningen gedurende een bepaalde tijd opheffing kan vorderen van de onrechtmatige situatie. Daarbij moet worden uitgegaan van een termijn 20 jaar. Wil men dus een einde maken aan zo'n situatie, dan moet gekeken of dat recht nog kan worden ingeroepen..

Tot slot doen zich nogal eens vragen voor met betrekking tot mandeligheid. Mandeligheid ontstaan wanneer een onroerende zaak gemeenschappelijk eigendom is van meerdere eigenaren en door hen tot gemeenschappelijk nut is bestemd. Mandeligheid moet zijn geregeld in een notariële akte.


Consumentenkoop

Onder consumentenkoop wordt verstaan de verkoop van een product, elektriciteit daaronder begrepen, door een verkoper aan een consument.

Bij koop is het uitgangspunt dat de afgeleverde zaak moet beantwoorden aan hetgeen tussen partijen is afgesproken. De aangekochte zaak moet dus die eigenschap bezitten die de koper mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefte te betwijfelen.

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking wordt vastgesteld binnen zes maanden na aflevering. Uitzonderingen daar gelaten.

In gevallen van non-conformiteit kan de koper eisen dat het ontbrekende alsnog wordt geleverd, dat de afgeleverde zaak wordt hersteld of vervangen. De koper heeft immers recht op correcte nakoming. Alle kosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor rekening van de verkoper. Daarnaast kan de koper ook vragen om de overeenkomst in die gevallen te laten ontbinden of om vermindering van de koopprijs verzoeken.

In geval van koop is het wel van belang dat de koper er rekening mee moet houden dat hij tijdig zijn klachtplicht moet inroepen. De koper kan namelijk als hij niet tijdig klaagt, geen beroep meer doen dat de zaak niet goed is afgeleverd. De koper moet binnen bekwame tijd handelen, nadat hij het gebrek heeft ontdekt.

De koper heeft tot slot recht op schadevergoeding indien sprake van non-conformiteit.


Bestuursrechtelijke aangelegenheden

In voorkomende gevallen adviseert mr. Karel ook in bestuursrechtelijke aangelegenheden. Dat betreft geschillen die kunnen ontstaan met overheidsorganen. Het gaat dan meer in het bijzonder om het voeren van bezwaarschriftprocedures tegen beschikkingen van overheidsorganen, alsmede het voeren van beroepsprocedures en eventuele hoger beroepsprocedure.
« terug naar vorige pagina
Het incasseren van geldvorderingen
Uw rekeningen worden niet betaald, of een geldlening wordt niet terugbetaald. Mr. Karel helpt u bij de invordering.

Burengeschillen / erfdienstbaarheden
Hierbij moet gedacht worden aan hinderlijk gedrag van buren. Een advocaat moet tussenkomen omdat de geluidsoverlast van de buren ondraaglijk wordt. Het kan ook zijn dat nieuwe buren bijvoorbeeld een hek plaatsen over een pad waar generaties lang ongehinderd overheen kon gelopen worden.

Juridische advisering Midden- en Kleinbedrijf
Ook voor juridische advisering in het Midden- en Kleinbedrijf kunt u terecht bij Mr. Karel.
ontwikkeld door xsarus © copyright Karel & Maes 2005